Monique Könings is de Wildplukkende Bourgondiër en ‘uitvinder’ van de Terroir Sessies. Volgens haar wordt ons karakter voor een deel gevormd door de grond waarop we opgroeien, net als met wijn.

Waar komt jouw geuzennaam, de Wildplukkende Bourgondiër, vandaan?
“Ik geboren en getogen in Maastricht. Sámen genieten van lekker eten is hier de normaalste zaak van de wereld. Ze zeggen niet voor niets: het ‘Bourgondische zuiden’.”
En het wildplukken?
“Dat is begonnen bij mijn oma, die kookte ‘vanuit de tuin’. Later werkte ik op een zorgboerderij in de dagbesteding. Daar raakte ik geïnteresseerd in geneeskrachtige planten en besloot ik een opleiding Kruidengeneeskunde te volgen. Mijn opgedane kennis gebruikte ik om met de cliënten in de tuingroep zalfjes en oliën te maken. Die verkochten we aan buurtbewoners; een mooie manier om zinvol werk te doen én contact te maken met de buurt.”
Toen had je nog vooral oog voor de medicinale werking?
“Ja, maar zo leerde ik wel veel over de inhoudsstoffen van een plant, en die zijn ook weer van invloed op de smaak. Dus de stap naar de culinaire kant was zo gezet. Neem bijvoorbeeld de paardenbloem. Die is ontgiftend, maar veel mensen vinden hem te bitter. Als je de paardenbloem verwerkt in een gerecht wordt ‘ie al een stuk toegankelijker. Ik serveer hem soms fijngeknipt in een salade, of op een sandwich met kaas.”
Nu ben je eigenaar van Natuuropleiding en adviseer je restaurants over de aanleg en het onderhoud van hun tuin. Daarnaast geef je workshops, waaronder de Terroir Sessies. Vertel hier eens over.
“Het woord terroir kennen we onder andere van wijn en kaas. Hieronder vallen de elementen die van invloed zijn op de smaak en het karakter, zoals bodem, ligging en klimaat. Hetzelfde geldt voor planten en, daar ben ik van overtuigd, ook voor de mens. Ik ben me hierin gaan verdiepen toen ik van Maastricht naar de Betuwe verhuisde en maar moeilijk kon ‘aarden’. Iemand zei toen: ‘Ja, je bent ook op de klei gaan wonen’. Ik vond dat best een rare uitspraak, maar het heeft me ook aan het denken gezet. Eigenlijk is het heel logisch dat de grond waarop we opgroeien, voor een deel ons karakter bepaalt. Ik aard bijvoorbeeld beter op zandgronden en in de heuvels, wat ik van huis uit gewend ben. Tot niet zo lang geleden aten de mensen uitsluitend producten uit de streek. Zo kregen baby’s nog vóórdat ze geboren werden, een deel van het organische bodemleven binnen. Daarmee begint in feite al het aardingsproces. Tegenwoordig eten we producten van over de hele wereld. Ik zie veel generatiegenoten die zich niet geworteld voelen, dat zou hiermee te maken kunnen hebben. Ik zeg ‘zou’, want er is geen wetenschappelijke onderbouwing voor. Maar interessant is het zeker!”

Uit Served 2 2025.


