Ceel Elemans is Sectorspecialist Food bij ING en adviseert klanten over trends en duurzaam ondernemen. Volgens hem brengen hybride producten, van deels dierlijke en plantaardige eiwitten, de eiwittransitie een stuk dichterbij. “Hier bereik je eindelijk de massa mee.”
Om maar meteen met de deur in huis te vallen; wat zijn de voordelen van hybride?
“Het grootste voordeel is de smaak. Ik heb het natuurlijk zelf geproefd en dan merk je bijna geen verschil met een product dat puur uit vlees bestaat. Dan heb ik het over de meest gangbare verhouding, van zestig procent vlees en veertig procent peulvruchten, groenten en granen. Een tweede voordeel is dat zo’n product minder belastend is voor het milieu. Je draagt bij aan de eiwittransitie, zonder ingrijpende gedragsveranderingen voor de consument. Die ervaart vrijwel dezelfde smaak als vlees, maar dan mét plantaardige eiwitten, inclusief vezels en vitamines.”
Je spreekt van een ‘hernieuwde belangstelling’ voor hybride. Was die belangstelling er dan al eerder?
“O, ja. Zo werden er 15 jaar geleden al hybride producten gelanceerd. Alleen lag de focus toen nog heel erg op plantaardig, en de pure vleesvervangers van bijvoorbeeld tofu en lupine. De eerste hybride producten raakten hierdoor ondergesneeuwd. De meeste consumenten wisten er eigenlijk geen raad mee, waardoor ‘hybride’ min of meer uit de schappen verdween.”
Nu is er sprake van een revival?
“Ja, eigenlijk sinds 2024. Toen kreeg Lidl bijvoorbeeld heel veel aandacht met de hybride gehaktbal. Opeens bleek dat je met hybride producten veel meer mensen bereikt dan met plantaardige vleesvervangers, die weinig succesvol zijn gebleken. Intussen is de foodsector er ook echt van overtuigd dat die eiwittransitie er moet komen. Hybride producten kunnen daar een fantastische bijdrage aan leveren. De transitie wil namelijk niét zeggen dat we ooit op nul procent dierlijk willen uitkomen. De Nederlandse overheid mikt op 50/50 in 2030 en zestig procent plantaardige eiwitten in 2035. Dat zijn mooie doelen, die ook nog eens realistisch zijn. En met hybride kun je heel veel winst boeken, als aanvulling op volledig plantaardige gerechten en menu’s met méér groenten en minder vlees. Met die optelsom kom je echt in de buurt van die transitie-doelstellingen. Tussen 2009 tot 2023 zijn ‘we’ slechts twee procent minder dierlijke eiwitten gaan eten. Nu zou het wel eens een stuk sneller kunnen gaan.”
Staat de gemiddelde consument welwillender tegenover hybride, dan tegenover volledig plantaardige producten, denkt u?
“Ja, dat denk ik wel. Hier bereik je eindelijk de massa mee, afhankelijk van hoe je het aanbiedt. Leg je deze producten bij jouw vleesproducten, dan benadruk je in elk geval niet de verschillen. Maak je een apart schap voor hybride, dan schep je vanzelf weer een afstand. Dat er minder vlees in het product zit, maakt voor de positionering niet zo veel uit. Dit kun je overigens wél op het etiket zetten. Zoiets als: ‘Lekker voor mens en milieu’, waarmee je inspeelt op het belang van duurzaamheid. De hele eiwittransitie draait om communicatie. Ik denk dat je vooral de voordelen moet benoemen en moet aangeven dat de smaak van vlees overeind blijft. Dat je met hybride kiest voor het beste van twee werelden en bijdraagt aan een betere wereld.”
Verwacht u binnenkort een explosie van hybride producten?
“Die is al gaande, denk ik. De grote supermarkten zetten nu vol in op hybride en er worden steeds meer producten gelanceerd. Nu blijkt ook dat het makkelijker is om vlees te mengen met groenten, granen en peulvruchten, dan nieuwe plantaardige producten te ontwikkelen. Hybride gehakt kun je ook in een vleesfabriek maken, met als resultaat het logistieke voordeel van hybride.”
Is hybride ook niet een handige tussenstop naar volledig plantaardig?
“De vraag is of we wel volledig plantaardig moeten worden. In elk geval níet gezien de doelstellingen van de eiwittransitie. Wat dat betreft kunnen beide – hybride en plantaardig – heel goed naast elkaar bestaan. Dierlijke eiwitten zijn essentiële bouwstenen voor evenwichtige voeding. Dus geen tussenstop, maar een eindstation, met voor ieder wat wils.”

Uit Served 1 2026.


